Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zij denkt aan Salomo's kat, die van wijsheid van de trappen rolde," riep Jo lachend uit.

„Ik wou, dat ik ook zoo wijs was," zuchtte Jo.

„Om ook van de trappen te rollen?" vroeg Mies lachend.

„Och neen, om de sommen die ik morgen moet maken," bekende Jo; ,'t zal weer een tranendag voor mij zijn!"

„Je moet ze mij, voor wij naar bed gaan, nog maar eens laten zien," zeide Kee goedhartig, „dan zal ik ze je zoo'n beetje uitleggen."

„Graag!" riep Jo uit, wier gezichtje ophelderde. „O, ik wou dat er geen sommen bestonden!"

„Hoe laat zullen wij morgen weggaan?" vroeg Mies nu.

„Natuurlijk moeten we terug zijn, voordat juf op de slaapzaal komt," zeide Jeanne, „anders merken ze het."

„Om zeven uren komt juf ons roepen: dus jullie mogen wel om zes uren opstaan," antwoordde Jet. „In een kwartier kun jullie je wel aankleeden; dan een half uur voor de boodschap en een kwartier om je weer uit te kleeden en in bed te kruipen."

„Oroed, dat's afgesproken!" riepen allen uit.

Sluiten