Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antwoordde dokter van Beek. „Ik neem dien bolus mee, en zal onderzoeken wat er op ligt."

Toen mevrouw Beerman beneden kwam vroegen al de meisjes om strijd hoe 't met Nora was.

„Zij is volstrekt niet goed," antwoordde zij ernstig, „gaat nu naar school, want de lessen beginnen."

Jet, Kee, Mies, Jeanne en Jo keken elkander aan, en zij begrepen volstrekt maar niet hoe 't kwam dat Nora zoo ziek was en maakten zich niet ongerust, want zij dachten dat het wel gauw weer in orde zou komen.

„Wel ja, wat pijn in 't lijf enzoovoorts! zooals die jongen bij den drogist zei," riep Mies lachend uit.

„Maar ze ziet zoo wit als een laken en kijkt volstrekt niet op;" merkte Jo aan.

„Kom, maak jij je werk maar," beet Kee haar toe, die wel wat ongerust was, en ook zoo'n vreemd gevoel bij haar maag had. Zeker van dien bolus, dacht zij.

Terwijl de lessen druk aan den gang waren werd mevrouw Beerman onverwacht geroepen, in 't eerst schi'ikte zij niet weinig, want zij dacht ook niet anders of Nora was erger geworden,

Sluiten