Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hij zit immers op mijn arm," merkte Paul bescheiden aan; „hij zal niets vuil maken, en ik zal mijn laarzen wel uittrekken, als je denkt dat ik den boel zal bemorsen."

„En moeten die vuile laarzen hier dan blijven staan?" riep Betje verontwaardigd uit. „Een mooi gezicht, als er iemand inkomt! Ik zal ze maar in het vuilnisgat gooien."

„Alsjeblieft niet," verzocht Paul, terwijl er tranen in zijn oogen sprongen. „Ik heb geen

andere laarzen."

„Dan ben je een echte schooier," zeide Betje onbarmhartig. „Weet je wat! maak als de drommel, dat je met dat beest de stoep weer afkomt. Wat kijkt het mij kwaadaardig aan!"

De arme Paul wilde juist aan dit bevel gehoor geven, toen een stem in de gang zeide:

„Kom maar binnen, mijn jongen! Betje, doe de deur open en wijs hem den weg naar Lena s kamer!"

Of Betje ook schrikte! Mevrouw Doornhof was stilletjes in de gang gekomen en had het geheele gesprek aangehoord, en toen Betje Paul weg wou sturen, had zij er zich mee bemoeid. Paul was erg blijde, dat hij nu binnen mocht komen,

Sluiten