Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veegde heel netjes zijne voeten af en liep op zijn teenen achter Betje aan.

„Dag, Lena; hoe gaat het je?" vroeg Paul toen hij in de kamer kwam.

„Paul!" riep Lena overgelukkig uit. „0, hoe prettig, dat je komt."

Paul stond bedremmeld te kijken, want hij zag Elsa ook, die hem met groote oogen aanzag.

„De jongen met den aap!" riep zij eensklaps uit. Eerst had zij het aapje niet gezien, want het was een klein diertje, dat zich schuw onder het buisje van Paul verscholen had. „0, dat is prettig!" en zij klapte in haar handen van pleizier. „Nu moet hij allerlei kunsten maken en dan krijgt hij van mij een klontje suiker of wat ander lekkers!"

„Zou hij willen, Paul?" vroeg Lena.

„Ik weet het niet," antwoordde Paul verlegen; „straks misschien wel; hij is nu nog te schuw."

„Mag ik hem eens over zijn kopje aaien?" vroeg Elsa.

„Jawel, jongejuffrouw," zeide Paul; „dat vindt hij wel prettig."

Sluiten