Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik heet Elsa," antwoordde het kleine meisje, terwijl zij Paul vertrouwelijk aankeek, en met haar vingertjes over den kop van Cesar streek. „Kom je eens naar Lena kijken?"

„Ja jongejuf... ik meen, Elsa," antwoordde Paul; „ik houd zooveel van Lena, zij is altijd zoo lief voor mij."

„Tralala, Tralala!" zong Lena tegelijkertijd zoo luid zij kon. „Ik vind het heel prettig, Paul. Tralala!"

„Kom wees nu eens stil; ik wil Paul nog wat vragen," zeide Elsa.

Maar Lena, die het niet prettig vond om zoo in haar gezicht geprezen te worden, zong zoo dapper en onvermoeid voort, dat men waarlijk niet zou denken dat zij een zieke was; en eindelijk gingen de twee anderen ook meezingen, zoodat toen mevrouw Doornhof, die in de gang het leven had gehoord, binnenkwam, zij haar handen ineensloeg van verbazing.

„Kinderen, is dat nu een geweld, dat in een ziekenkamer te pas komt!" riep zij uit, naar het ledekant van Lena gaande, „'t Is goed, om de patiënte de koorts te doen krijgen."

„Lena begon zelf te zingen," verdedigde Elsa

KLIMOP.

Sluiten