Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

WAAR PAUL WAS.

t Was den volgenden dag mooi weer, en al heel vroeg wreef Elsa haar oogen uit en sprong uit bed. Zij kleedde zich zoo wat aan en ging toen op haar teentjes naar Lena's kamer. Lena was wakker en lag rond te kijken.

„O, ik ben blij, datje komt!" riep zij uit. „Ik ben al lang wakker en heb zoo'n dorst!"

Elsa ging haastig naar de tafel en schonk een glas water in dat zij Lena toereikte.

„Is Paul gisteren nog lang bij je gebleven?" vroeg Lena toen zij gedronken had.

"Paul is een nare jongen en Cesar een nare aap!" riep Elsa uit.

„Hé, hoe komt het, dat je ze naar vindt?" vroeg Lena verwonderd.

„Hij is stilletjes weggegaan," vertelde Elsa verontwaardigd, „en ik had mijn eigen kwartje nog al gegeven om vijgen voor Cesar te koopen!"

Sluiten