Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„tioe! is raul gisteren avond niet thuis gekomen?" riep Lena verwonderd uit. „En Cesar ook niet?"

„Wel neen, kindlief, Cesar blijft bij zijn baas. Als 1 aul maar geen ongeluk heeft gekregen," zeide vrouw Wenzel.

„Och, moe, hoe akelig! Kunt u niets doen, om hem op te zoeken?" zeide Lena.

„Ik ben al naar een politiebureau geweest," antwoordde vrouw Wenzel, „maar daar wisten ze er niets van. Als hij maar niet verdronken is."

Lena begon te schreien.

„ Kom. Lena, trek het je niet zoo aan; misschien komt hij nog wel terecht," troostte vrouw Wenzel. „Hij is misschien verdwaald en komt vandaag thuis."

„Ik houd zooveel van Paul en van Cesar," snikte Lena, „en ik zou 't zoo akelig vinden als hij d ... d . . . dood was."

„Hij is misschien niet dood,' troostte vrouw Wenzel haar; „ik zal nog eens goed onderzoek doen. Kom Lena, wees nu niet zoo bedroefd; dan mocht je eens koorts krijgen."

Maar Lena was niet tot bedaren te brengen; en toen mevrouw Doornhof en Elsa de kamer

Sluiten