Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als hij doodgaat," hernam Lina. „Denk je dat?"

„Misschien wel," zeide Tom aarzelend.

Zij waren nu weer aan de woning van den heer Doornhof gekomen en gingen naar binnen.

„Wel, Lina, wat ben je gauw terug," zeide haar mama, verwonderd. „Was tante niet thuis?"

„Ik ben Tom op straat tegengekomen," antwoordde Lina eenigszins verlegen.

„Nu, gaat dan maar naar binnen; er staat een lekker stuk taart voor allebei klaar," zeide mevrouw Doornhof.

Lina en Tom haastten zich naar binnen, terwijl mevrouw naar de kamer van Lena ging. De eerste hap smaakte erg lekker, maar 't was alsof Lina het niet over zich kon verkrijgen er aan voort te eten; zij keek Tom even aan en zag, dat deze voor zich keek en de taart nog niet geproefd had.

„Ik weet niet hoe 't komt," zeide zij eensklaps, „maar ik kan het niet door mijn keel krijgen, ik ben zoo angstig."

„Ik ook, Lina," antwoordde Tom; „ik kan niet slikken."

„Hoe, de taart nog niet op, kinderen!" riep mevrouw Doornhof, die een oogenblik later binnenkwam. „Je bent toch niet ziek?"

Sluiten