Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij wenschte, was, dat de goede God haar nog jaren bij elkander zou laten.

Zoo werd James veertien en Bessy dertien jaren oud, zonder dat hun huiselijk geluk verstoord werd. Plotseling echter werd hun heldere hemel door zware wolken verduisterd. O'Nelly werd op een dag op een draagbaar thuisgebracht. Zijn geheele lichaam zat vol bloed en wonden. Bij het bouwen van een huis was er een touw gebroken, waarmee een zware steen naar boven werd geheschen. Het ongeluk had gewild, dat de nederstortende steen den braven O'Nelly op den grond geworpen en zoo vreeselijk gekwetst had, dat er volstrekt geen hoop op zijn behoud bestond. Doctoren werden gehaald, men bracht hem thuis en alles werd in het werk gesteld, om het dreigende onheil af te wenden — maar zorg noch moeite konden het ontvlietende leven terughouden. O'Nelly nam afscheid van vrouw en kinderen, beval ze in Gods hoede, troostte hen en richtte een blik vol onuitsprekelijke liefde op hen, waarna hij de oogen sloot.

De smart der achtergeblevenen was hartverscheurend. De vader en verzorger was hun plotseling ontrukt en daardoor hun geluk voor altijd verwoest. Hun tranen stroomden bij zijn graf en hun eenige troost wa3 het opzien tot God, die hun vreugde en verdriet, geluk en wanhoop toezond. Hoe hard de slag ook was die hen getroffen had, morden zij echter niet, maar bogen ootmoedig het hoofd, terwijl zij vaders aandenken in hun harten liefdevol bewaarden.

Sluiten