Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam. Hij blafte luid en heftig en drong met geweld naar de diepste en donkerste schachten. James had werk hem tot bedaren te brengen en voor het eerst moest hij hem een paar klappen geven. Nu bleef Bob wel rustig staan en trok niet meer naar voren — maar hij zweeg toch niet, integendeel hij bromde en blafte geducht zonder op de bevelen van zijn meester te letten. En dit deed hij eiken keer, dat hij in de groeve kwam. Bob draaide zijn kop steeds naar de gevaarlijke groeven en schachten, en hij blafte door totdat zij Londen bereikt hadden.

„Wat zou het goede dier toch mankeeren?" vroeg Bessy. „Zoo vreemd heeft hij nog nooit gedaan!"

„Wat zou de rakker anders willen hebben dan mis schien een konijn, dat in het een of andere hol zit,"' riep James eenigszins boos uit.

Bessy meende, dat dit best het geval kon zijn, en zij letten niet meer op Bobs hevig en aanhoudend geblaf.

Den volgenden morgen had hetzelfde wederom plaats. Driemaal gingen James en Bessy naar de groeve, en driemaal begon de hond woedend te blaffen. Voor de derde maal toen hij, zooals gewoonlijk, losgemaakt werd om zijn middagmaal te gebruiken, sprong hij snel naar de onderaardsche gangen onder een luid en aanhoudend geblaf. James riep, maar Bob kwam niet — hij blafte nog harder. Plotseling kwam hij naderbij zonder geroepen te zijn, greep met zijn tanden James aan een punt van zijn buis, zag hem smeekend aan en snelde weer voort - keerde weer terug — huilde klagend.

Sluiten