Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blafte harder en stelde zich zoo vreemd aan, dat James toch begon te begrijpen, dat er een andere reden voor zijn gedrag moest zijn.

„Bob, oude jongen, wat scheelt er toch aan?" vroeg hij hem.

Bob blafte, huilde en liep naar den ingang der schacht.

„De hond bedoelt er iets mee," zeide Bessy, die zich evenzeer over het vreemde gedrag van het anders zoo bedaarde dier verwonderde. „Laat ons hem volgen, James, en zien wat hij wil."

James, die nu zelf nieuwsgierig was geworden, stond op en ging met Bessy den hond achterna. Nauwelijks bemerkte Bob dit, of hij blafte vroolijk en snelde een donkere gang in. Vóór den ingang bleef James echter hoofdschuddend staan.

„Dat is de leelijkste gang van de geheele groeve en zonder licht durf ik er niet in," zeide hij. „Vóór men er aan denkt kan men tien, twaalf ellen in de diepte vallen en dan moet je maar zien, hoe je er uitkomt. Neen, hoe nieuwsgierig ik ook ben, een arm of been zet ik er niet voor op 't spel en Bob kan lang blaffen vóór ik meega. Hier, Bob, kom terug!"

Bob kwam niet — maar wel hoorden James en Bessy, die, zoover het daglicht naar binnen drong, de gang waren ingegaan, plotseling een geluid, dat hen ten zeerste verbaasde.

„Lieve Hemel, wat was dat?" vroeg Bessy. „Dat kan Bob niet wezen!"

„Zeker niet," antwoordde James. „Als hij maar eens

Sluiten