Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde ophouden met blaffen. Bob! Bob, kom toch hier!"

Eindelijk kwam Bob huilend en blaffend aangespron gen, maar James hield hem nu den bek dicht. Hij luisterde met Bessy, — eenigc oogenblikken bleef alles stil — toen klonk uit de verte zwak tot hen door een lange, angstige kreet — die eenige keeren herhaald werd — en duidelijk herkenbaar was als die van een mensch, die in gevaar verkeert.

„Goede Hemel, er is iemand verongelukt!" riep James, die het eerst van den schrik bekomen was, zijn zuster toe, die bleek en bevend tegen hem aanleunde, terwijl Bob zich trachtte los te rukken. „Wat te >loen, Bessy? 't Is gevaarlijk om zonder licht er in door te dringen!"

„Je hebt immers staal en vuursteen bij je, James, antwoordde Bessy. „Sla vuur — en dan breken wij een paai takken van de dennen af, dan hebben wij fakkels. Dat zal goed gaan, James!"

„Ja, dat moet," antwoordde de flinke jongen, die, nu het er op aankwam hulp te brengen, op geen moeite en bezwaren zag. „Kom, zusje! De arme stakker, die in den brand zit, ziet bepaald verlangend naar hulp uit; want hij heeft zeker dezen nacht al in die treurige positie doorgebracht. Dus voortgemaakt! Lieve Hemel, wie kon gisteren, toen Bob zoo onrustig was, dat ook denken. Daar is mijn mes, Bessy, snijd de takken af ik zal gauw vuur maken."

Zij haastten zich bijzonder, en 't duurde nauwelijks vijf minuten of er brandde aan den ingang der groeve

Sluiten