Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het hek komt, opdat wij elkander niet geheel vreemd worden."

„Toegestaan!" zeide Larnbert. „Dit is een natuurlijke wensch. Overigens zal niets je verhinderen hier menigmaal uw zuster te komen bezoeken. Ik zal je een sleutel geven, en dan kun je komen zoo dikwijls je wilt."

„Nu, dat is een ware geluksdag!" riep James met glinsterende oogen uit. „Eerst het geluk de kinderen uil de groeve te redden, dan de ezel en eindelijk, dat onze lieve Bessy zoo goed bezorgd is — waarlijk 't is te veel op eenmaal. Mijn Hemel, wat zal moeder zeggen? Ik heb geen rust vóór ik haar gezien heb!"

„En ik ga met je mee," zeide Bessy. „Ook ik moet moeders blijdschap zien."

„Maar je komt terug, Bessy? Vandaag nog?" vroeg Lucy. „Beloof je mij dat?"

„Ja, ten minste als moeder het goedvindt," ant woordde Bessy. „Zonder haar toestemming kan er natuurlijk niets van komen."

„Dat spreekt vanzelf," zeide James — „maar ik verpand er mijn woord op, dat moeder wat in haar schik is over Bessy's geluk en vandaag breng ik haar nog terug. Vaartwel!"

Hij zeide hun vriendelijk goedendag en snelde van daar. Hij dacht er nu niet aan zijn kar te laden; de vreugde dreef hem huiswaarts. Ademloos kwam hij met Bessy en Bob thuis en vertelde zijn avonturen. Hun moeder was innig gelukkig en dankte God hartelijk, die zoo zichtbaar over haar kinderen waakte.

Sluiten