Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kieeren. lagen samen in een hangmat. Edgar stiet een kreet van verwondering uit, sprong op en wekte Lucy en Bessy.

„Wat is er?" vroeg de eerste.

„Zie eens rondom je," antwoordde Edgar. „Dat is

niet de kajuit, waarin wij gisteren zijn gaan slapen."

Inderdaad, grooter onderscheid als tusschen die beide

kajuiten was niet denkbaar. Die der „Victoria" was

even rijk en prachtig ingericht als deze er eenvoudig,

sober ja zelfs smerig uitzag. Ginds fluweelen sofa's,

verguldsel, spiegels en schilderijen, de wanden van

ruw eikenhout, de ramen klein en smal, en geen spoor

van verguldsel of van het een of ander sieraad.

„Wat zou dat te beduiden hebben?" vroeg Lucy angstig.

„Dat weet God," antwoordde Edgar. „Maar ik ga aanstonds eens naar boven om het een en ander te vernemen."

Hij ging naar de deur — zij was gesloten. Meer en meer verwonderd keken de kinderen elkaar aan.

„Ik geloof, dat wij opgesloten, gevangen zijn," zeide Bessy eindelijk. ,,Lieve Hemel, zou mijn broeder James gelijk hebben gehad, toen hij veronderstelde, dat graai Lndlow niet veel goeds in den zin had?"

,,'t Zou best kunnen zijn," antwoordde Lucy — „hij heeft nooit van ons gehouden en onze vader vertrouwde hem ook niet veel."

„Maar wat kan hij ons doen?" zeide Edgar. „Hij durft ons niet vermoorden, want dan zou hij straf

Sluiten