Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij op korten afstand de ruwe omtrekken eener bergachtige kust. Zij hoorden, dat een boot uitgezet werd, en zagen haar naar wal varen. Spoedig daarop kwain zij terug — en een paar minuten later werd de kajuitsdeur geopend, en trad de oude vrouw, vergezeld van een man, naar binnen, die de kinderen met een koelen, onverschilligen blik aanzag.

„V olgt mij, zeide hij een oogenblik daarna in het Engelsch tot hen. „Ge zijt aan de plaats uwer bestemming en moet het schip verlaten."

"En waar zijn wij dan ?" vroeg Edgar. „Wij zijn niet in Frankrijk, waarheen wij zouden gaan."

„Frankrijk is hier ver vandaan," antwoordde de man. „Daar zou je moeilijk kunnen komen."

„Maar ik smeek u, zeg ons dan eindelijk waar wij zijn." zeide Edgar.

„Dat is onnoodig en ge zult het waarschijnlijk nimmer te weten komen," antwoordde de man. „Houd mij niet op met noodeloos gevraag, — je moet het schip verlaten en mij volgen; — dat zij u genoeg!" Tegenstand was onmogelijk en de kinderen volgden dus den vreemden man in een boot, die daartoe naast den kotter gereed lag. Gedurende de overvaart keek Edgar nieuwsgierig en hoopvol langs de kust. Hij zag een kaal, onvruchtbaar strand, vol klippen, waarop de schuimende golven braken. Links strekte zich een steil voorgebergte in zee uit, op welks uiterste einde zich een klein, ouderwetsch kasteel verhief, dat in vroegere eeuwen wellicht een verl>lijf van zeeroovers was ge-

Sluiten