Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar dat is vreeselijk!" riep Edgar bevend van schrik en afschuw uit. „Wie heeft u zulke bevelen kunnen geven? Wat hebben wij dan toch gedaan, dat wij zoo streng bewaakt moeten worden?"

De man haalde de schouders op. „Dat zijn zaken, die mij niet aangaan," antwoordde hij. ,,lk heb u verteld wat u te wachten staat; overigens heb ik niets te vertellen!"

„Maar zeg mij dan toch wiens bevelen gij uitvoert," zeide Edgar.

„Dat is mij verboden," antwoordde de man. „Zwijg nu — ik mag u, op gevaar mijn leven te verliezen, geen woord meer zeggen."

Tevergeefs drong Edgar er nog bij den man op aan hem opheldering te geven, en deed hem wel twintig vragen zonder eenig ander antwoord te ontvangen dan een somber hoofdschudden.

„Laat hem met rust, Edgar," zeide Lucy eindelijk. „De man w i 1 niet spreken en misschien komen wij zonder zijn hulp wel te weten wat men wil. Waarom vraag je ook nog meer? Niemand dan graaf Ludlow heeft dit komplot beraamd. Maar geduld! De slechtheid en het verraad zullen nimmer de overwinning over het recht behalen. Wij zullen weder onze vrijhsid terugkrijgen en de verrader zal zijn loon ontvangen. Hoe sterk de muren ook zijn, waarachter wij worden gesloten, — Gods hand is nog sterker. Hij zal die muren doen instorten en onze ketenen verbreken!"

De man wierp een blik op het sterke kasteel en

Sluiten