Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glimlachte verachtelijk bij deze woorden; hij gat echter geen antwoord. Eindelijk had de boot het strand bereikt. Hier wachtten zes dienstboden, gezeten op kleine paarden met groote koppen en ruig haar, de aankomst der gasten. Zij hadden nog eenige dergelijke paarden bij zich, die de kinderen moesten bestijgen, ieder van hen werd tusschen twee mannen genomen en nu ging het in gestrekten draf den steilen oever op. Boven aangekomen, zagen zij een klein dorp en eenige verstrooide hutten aan den voet van den berg liggen, waarop het kasteel stond. Edgar hoopte, dat de weg hen door het dorp zou voeren, en was dan vast besloten luidkeels om hulp te roepen, maar alsof de leidsman zijn voornemen geraden had, sloeg hij plotseling een zijpad in, liet hel dorp rechts liggen en ging links. Het pad was zóó steil, nauw en hobbelig, dat de paarden slechts stapvoets verder konden gaan en achter elkaar moesten loopen. Edgar dacht nu aan vluchten. Maar waarheen?

Bij de menigte der begeleiders was het zeer onwaarschijnlijk, dat hij alleen zou kunnen ontvluchten — hoe zou 't dan mogelijk zijn geweest, dat Lucy en Bessy ontkwamen? Neen, hij moest er zich in schikken, moest zich aan zijn noodlot overgeven en geduldig afwachten of er van buiten ook hulp zou komen, daar hij op zich zelf niet kon rekenen.

Na een tamelijk langen en moeilijken marsch bereikten zij eindelijk den ingang van het kasteel, een kleine, stevige deur, die knarsend van binnen geopend werd. Zij reden naar binnen — de hoefslagen der paar-

Sluiten