Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Pas op, laat John AVillet maar niet hooren, dat je medelijden met hen hebt," zeide Kennedy.

„Laat hij het hooren!" antwoordde de man. ,,'tls een schandaal, om die jonge schepsels zoo in dit nest op te sluiten!"

„Stil, vriend, fluisterde Kennedy waarschuwend. ,,Je kent immers den graaf en je kent John Willet zijn werktuig. Bij de geringste verdenking word je weggemoffeld; en je weet ook wel, dat dit oude rotsnest gevangenissen bevat, waarin ik mijn ergsten vijand niet zou willen zetten. Stil dus!"

„Jullie zult mij toch niet verraden!" zéide de man. „Neen, wij niet maar menigmaal hebben de muren ooren," antwoordde Kennedy. „Wees stil — daar komt Willet aan!"

De man, die door Kennedy John Willet was genoemd, was dezelfde, die tot dusverre alleen met de gevangenen had gesproken, en waarschijnlijk de eenige, die Engelsch verstond. Hij wierp, terwijl hij naderbij kwam, een haastigen blik op de gevangenen en daarna op de mannen, die voor de poort stonden.

„Wat doen jullie hier?" vroeg hij hun barsch in het Iersch. Hij, die geen wacht heeft, heeft hier niets noodig en behoeft de gevangenen niet aan te gapen. Pakt je voort, mannen! En past er op! Je weet wel, dal het met den graaf geen gekscheeren is!"

De mannen spraken niet tegen, maar verwijderden zich zwijgend door de poort. John Willet wendde zich nu tot de gevangenen.

Sluiten