Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T)e heer Lambert, die met zijn rag naar de deur had gezeten, keerde zich nu met een bleek en ontsteld gelaat om. „Verblijd je niet te vroeg, beste jongen," zeide hij hoofdschuddend. ,,Tijding heb ik evenwel ontvangen, maar niet van dien aard, dat wij er ons bijzonder over behoeven te verblijden."

,,Groote God, mijn voorgevoel!" riep James ontsteld uit en beefde over zijn gansche lichaam, terwijl hij even bleek werd als de heer Lambert. „Maar wat het ook zij — zeg het mij, mijnheer! Is hun een ongeluk overkomen ?"

„Ja, beste James, en ik vrees het ernstigste, dat hen kon treffen," zeide Lambert. „Wel is waar heb ik nog geen nadere berichten, maar de courant doet mij het ergste vreezen. „Lees zelf, James! Ik koester slechts een geringe hoop."

Met koortsachtig ongeduld greep James naar de courant en las de plaats, die Lambert hem aanwees. Zij luidde als volgt:

„Boulogne. Een beklagenswaardig ongeluk heeft in de nabijheid onzer stad plaats gegrepen. De „Victoria", een Engelsche kotter, is gedurende den nacht op een rif gestrand, en tot dusverre heeft men niet vernomen, of de equipage gered is. Slechts een enkelen passagier is het gelukt al zwemmende den oever te bereiken. Naar men zegt, zijn ook drie kinderen van voorname afkomst, die een kostschool in Parijs zouden bezoeken, in de golven omgekomen, 't Is in het oog loopend, dat de kotter bij stil weder strandde. De bemanning moet

Sluiten