Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik heet James, tante," antwoordde James lachend. „James O'Nelly."

„O'Nelly?" riep de vrouw uit. „Kijk nu toch eens aan, neef, de Mac-Bally's en de O'Nelly's zijn immers familie van elkaar geweest, en ik weet zeker, dat mijn grootmoeder een O'Nelly was. Nu dat is in orde! Maak het je nu maar gemakkelijk — maar ik ben bang, dat je je hier gauw zult vervelen."

James maakte het zich gemakkelijk, vertelde de goede vrouw van haar zoon Daniël en vroeg of er onlangs bezoek op Ballygreen was gekomen? Daar wist vrouw Mac-Bally niets van, zij zeide, dat zij zich als een eenzame vrouw niet veel bemoeide met hetgeen er in de wereld voorviel, maar dat hij dat gemakkelijk van anderen te weten kon komen. James drong er niet verder op aan, maar verliet spoedig daarop de hut onder voorwendsel eens te willen wandelen en sloeg den weg in naar den bergtop, waarop het kasteel was gelegen.

Hij kwain er bij zoover hij kon en deed zelfs driestweg een poging om binnengelaten te worden, maar de schildwacht wees hem barsch terug.

Hij zag nu wel in, dat zijn onderneming niet zoo gemakkelijk zou gelukken als hij gemeend had. Het kasteel werd aan deze zijde ten minste streng bewaakt, en over de muren te klimmen was, hoewel niet onmogelijk. toch zeer moeilijk, daar hij gevaar liep aanstonds ontdekt te worden, als hij zoo iets vermetels beproefde.

Hij ging dus den berg weer af en liep naar het strand, om te zien of zijn poging van dien kant beter

Sluiten