Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zee uitzagen, waren zoo diep in de muren gebouwd, dat hij van uit zijn boot niets duidelijk kon onderscheiden.

Eindelijk werd dan ook zijn geduld beloond en werd hem een heerlijk vooruitzicht geopend. Niet ver van het kasteel verwijderd lag een klein boschje. Hier vooral vertoefde hij graag, daar hij van een der boomtoppen het kasteel uitstekend kon zien. Bovendien merkte niemand op, dat hij het boschje zoo druk bezocht, daar hij knippen en netten uitzette om vogels te vangen, in welke kunst hij weldra een zekere handigheid verkreeg.

Op een dag — terwijl de herfstzon met gouden glans het loof der boomen bescheen — was James juist van plan, om de gevangen vogels te verzamelen, toen een knaap van een jaar of elf achter een paar boomen vandaan kwam en nieuwsgierig keek naar hetgeen hij uitvoerde. In den beginne lette James weinig op hem, hij kende den jongen niet en meende, dat het de zoon van een pachter of van een welgestelden boer uit den omtrek was. Nadat de knaap hem op eenigen afstand oplettend aankeek en hem daarna gevolgd was, kwam hij recht op James toe en zeide half schuchter, half vertrouwelijk:

Luister eens, ik wou, dat ik ook zooveel vogels kon vangen!"

„Wel, zet dan knippen uit en span netten, dan kun je ze ook vangen," antwoordde James.

„Daar zit hem juist de knoop," zeide de jongen.

Om dat te doen, moet men het eerst kunnen. Ik wou, dat je het mij kondt leeren!"

Sluiten