Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Is vrij wat prettiger hier zoo rond te zwerven!"

„Dat zou ik ook meenen," antwoordde Tom. „Vader heeft, dan ook eindelijk goed gevonden, dat ik eiken dag een paar uren naar buiten mag; alleen heeft hij mij streng verboden om te vertellen wat er boven gebeurt."

„Nu, wat mij aangaat," zeide James, „zal ik je niet in verzoeking brengen om uw vader ongehoorzaam te zijn. Ik moet verderop naar mijn strikken zien. Dag, Tom!"

„Wat, ga je al weg? Kom, laat mij meegaan," zeide Tom. „Ik zou zoo graag leeren, hoe men de vogels vangt. Jammer, dat ze allemaal dood zijn! Zou je ze niet levend kunnen vangen?"

„Waarom niet? Heel gemakkelijk," antwoordde James. „Ga maar mee — ik zal je wel eens wijzen hoe dat gaat!"

De uitnoodiging was den knaap te aangenaam dan dat hij er geen gehoor aan zou hebben gegeven. Hij liep met James door het boschje en luisterde oplettend naar de geheimen, die James hem onthulde. Vóór er een uur was voorbijgegaan, waren zij zoo vertrouwelijk en bevriend, alsof zij elkander jarenlang gekend hadden. Eindelijk zeide James, dat het nu tijd voor hem was om naar huis te gaan.

„En ik moet ook weg," antwoordde Tom. „Maar wij moeten elkaar weer ontmoeten, 't Is zoo vervelend op het kasteel, dat ik wat in mijn schik ben een kameraad gevonden te hebben. Kom mij eens opzoeken, James!"

Sluiten