Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goddank!" zeide hij met nauw te onderdrukken blijdschap — „eindelijk zijn wij weer vereenigd! Ik kan je allen weer omhelzen, hoe gelukkig maakt mij dat!"

,.En ons!" riepen de gevangenen uit.

„Hoe ben je toch achter ons verblijf gekomen, James?" vroeg Bessy. „Het was voor ons een wonder, toen je daar zoo eensklaps de binnenplaats opkwaamt."

James helderde dit raadsel op en daarna moesten de gevangenen hun avonturen verhalen, 't Bleek nu ontegenzeglijk, dat graaf Ludlow zich van hun vermogen meester maken en hen levenslang met Bessy opgesloten zou houden.

„Goed zoo," zeide James, de zaken zijn juist zoo als ik vermoedde, en 't is mij ten minste gelukt bij je te komen. Maar wat nu te doen? Daar de graaf je nimmer vrijwillig de vrijheid zal hergeven, moeten wij op middelen zinnen om te vluchten."

„Ja, beste James," zeide Edgar — „laten wij vluchten, zonder uitstel! Het raam is open — de touwladder, die jou gedragen heeft, zal ons ook houden. Wij komen in de boot naar land, vluchten dezen nacht nog verder en gaan naar Londen, waar de trouwe Lambert ons wel voor den verraderlijken graaf zal beschermen. Waarom te aarzelen? Gauw voortgemaakt, James! zulk een goede gelegenheid komt niet meer voor."

„Niet zoo haastig, Edgar," antwoordde James bedaard. Overijling kan alles bederven, en je vergeet, dat, hoewel wij vrij en gemakkelijk langs deze touwladder naar beneden kunnen komen, dit voor Lucy en Bessy

Sluiten