Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-Wel kleine heideroos, zoo verdiept ?" lachte graaf Günther en pareerde zijn vos. „Wat voor interessant boek heb je daar?" Een donker rood overtoog Josephine's gelaat, verschrikt sloeg ze het boek dicht en sprong haastig op ; — een oogenblik slechts zag ze hem in de oogen, dan herhaalde ze plotseling: „Heideroos?" en vóór Lehrbach tijd had zich rekenschap te geven van haar zonderling gedrag, bladerden haar vinger met zenuwachtige haast door het boek.

Günther zag Hattenheim lachend aan „Zoo naïef, dat ze zelfs het botanische compliment niet begrijpt," zeidè hij en zich weder tot Josephine wendend, ging hij voort: „Pardon, kindlief, één oogenblikje mag ik je in je lectuur nog wel storen, is 't niet ? Ik wilde je iets vragen !"

Maar Ganzen-Lize scheen zijn woorden niet te hooren, ze staarde nog steeds in 't boek. „Ja, het staat er," klonk 'het, als sprak ze hardop in zichzelf: „Röslein auf derHaidePen' ze liet het boek zinken, zag met schitterende oogen naar hem op en dacht in haar hart: „Dus die is het, dat is je geluk!"

Lehrbachs scherpe blik viel op het boek en zag de gedrukte verzen en het frisch geplukte klaverblad, dat tusschen de bladzijden lag.

„Aha ! verzen," riep hij, terwijl hij de hand naar het boekje uitstrekte. „Zou ik wel eens mogen zien, welk gelukkig meester hier met huid en haar verslonden wordt ? Goethe! — Grace a Dieu," de slanke figuur boog zich naar Hattenheim, „dikke, ik doe amende honorable aan de streek hier; meer' beschaving, dan onze klassieken op de ganzenwei te vinden kan men waarachtig niet verlangen!" En zich dan weder tot Josephine wendende, vervolgde hij, terwijl hij haar strak in de oogen zag: „Een klaverblad van vieren, pas geplukt! Weet je wel, dat dat je geluk beteekent ?"

Freule Vetter von Staffenberg knikte snel. „Het is al uitgekomen ' lachte ze met vroolijke naïveteit.

„Zoo? Hoe dan?"

„Nu — u kwam immers den weg af en noemde me heideroos!" was het trouwhartige antwoord.

Sluiten