Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat is er moedertje!"

„Trek schoone manchetten aan, vóór de visite komt- ik heb ze al klaargelegd.

„Natuurlijk, dat zal wel losloopen," knikte de ritmeester verstrooid, klopte met zijn vinger in den houten pijpekop en mompelde: „Dat kleine ding! het heeft me heelemaal van de wijs gebracht, - van den schrik smaakt mij mijn pijp niet meer!"

Langs den rijweg rolde vlug en licht een elegant rijtuig. Het geschilderde wapen op het portier, de lichtgrijze, zijden voering, en de gegalonneerde lakeien op den hoogen bok brachten het hunne bij tot het aristocratisch voorkomen der grafelijke equipage, welke Zijne Excellentie uit gemakzucht steeds mee op reis nam. Ver achteruit geleund in de zachte kussens, beschouwde hij met nadenkenden blik bosch en veld Zijn gelaat was smal en bleek, daarbij gladgeschoren en scherp geteekend; een vermoeide trek zetelde om de lippen en teekende twee plooien in de wangen; voornaam en trotsch vielen de oogleden van onder donkere wenkbrauwen, tot bijna over de helft der oogappels en gaven daardoor aan het gelaat iets mats.

Tegenover den minister zaten Job Günther en Hattenheim, beiden in politiek. De jonge graaf droeg een heideroos in' net knoopsgat.

„Voila het terrein van ons avontuur," riep hij en boog zich ver voorover. „Daar, op dien stapel hooi troonde „Ganzen L'ze" en regeerde met behulp van meneer Goethe haar kapitoolsche onderdanen."

De minister lachte en volgde met zijn blik de richting, welke Günthers hand aanwees.

„Het is een toeval," zeide hij met zachte, ietwat gedempte stem, „waaraan je een van je beste schetsen te danken hebt. Ik verheug er mij op het origineel te leeren kennen. Ongekunsteldheid, natuur doet goed."

„Net als een slok water, — wanneer hij maar op het rechte

Sluiten