Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Volstrekt niet, barones," betuigde de aangesprokene en wees met een uitnoodigende beweging naar het kasteel; „mag ik u verzoeken naar binnen te gaan?"

En hij vloog de trap op en opende de breede vleugeldeuren, waar twee rijk gegalonneerde bedienden verschenen, en mevrouw Von Wetter verzochten hen te volgen naar het boudoir der gravin, om zich daar van haar goed te ontdoen. „Lieve hemel, tantetje, wat moet ik uittrekken ?" fluisterde Josephine met angstige oogen, over het vingerdikke tapijt der beide weelderige kamers tredend, welke oom Bernd op de teenen, tante Renate met een scherpen onderzoekenden blik doorging.

„Houd je mond," antwoordde mevrouw Von Wetter kortaf: „men laat den bedienden niet merken, dat men zoo iets niet

gewoon is," en zij trad het boudoir binnen, aan welks deur de lakei zich buigend terugtrok.

Tante Renate had de met blauw satijn en crème kant behangen kamer met snellen blik gemonsterd. „Prtilleboel, die duizenden kost en

niets geen nut heett,

mompelde zij: „alleen de motten hebben er pleizier van." En ze goot het water uit de porseleinen, met vergeet-mij nieten beschilderde kan en beval Josephine: „Kom hier en wasch je handen " — „Maar, tante, dat heb ik pas gedaan." „Papperlepap, gauw maar; het hoort zoo!"

En de geheele familie waschte zich deftig de handen. „O wat heerlijk," fluisterde Josephine, „ruik eens tante, reukzeep!"

„Nu, wat zou dat dan," sprak tante Renate; „die had ik vroeger ook altijd. Trek nu je handschoenen maar weer aan,

Sluiten