Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke uit liet diepste van het hart haar grootste innigheid en kracht tot leven wekken."

„Wem nie durch Liebe Leid geschah herhaalde

freule Von Wetter zacht met gebogen hoofd; het was haar als viel er plotseling een schaduw op het verblindende zonnelicht. „Ik zie liever de zon zonder wolken bedekt,' zuchtte zij „Daar valt al een blaadje uit de roos," zeide Günther. Josephine stemde weder in met zijn vroolijk wordenden toon. „O wee, als dat het symbool der liefde is!" riep ze, en ze volgde met haar blik het kleine blad, dat als een vlinder fladderend en zwevend voor Giinthers voeten viel Zij bleef staan.

De jonge officier lachte zijn onbezonnen lachje. „Mijn hemel, waarom verlangt ge dat rozen en liefde eeuwig zouden bestaan? Het zou maar vervelend worden, zooals ten slotte alles, zelfs het schoonste op deze wereld! Beter, dat een bloem kort, dan in het geheel niet bloeit: beter een vluchtige, voorbijgaande droom van geluk, dan in het geheel geen! „Wenscht ge dat uzelf toe?"

„Neen ons beiden niet!" en hij zag glimlachend op haar neer, zoodat een licht rood haar slapen kleurde, dan liep hij verder en vertrad achteloos het kleine bloemblad in het stof. „Wat moet het in de wereld toch vreemd toegaan. Ik

verlang haar te leeren kennen!"

„En ik stel er mij veel van voor u bekend te maken met die bonte, schoone, vroolijke wereld! Het zal u voorkomen, als ontwaakt ge, na die jarenlange eenzaamheid, uit een droom, om evenals de vlinder de vleugelen te baden in licht en leven en geluk! O, het is zoo schoon te leven! Het is zoo heerlijk, een troetelkind van het geluk te zijn!" en de jonge graaf liet zijn blikken naar den wolkeloozen hemel dwalen: lachende levenslust, de zorgelooze vroolijkheid van een hart, dat nooit leed gekend heeft, straalden er u uit tegen.

Voor hen steeg de weg nu snel en steil naar den rotsachtigen heuvel, op welks kroon de met klimop begroeide muren der ruïne troonden. Lehrbach trad vlug vooruit, keerde zich

Sluiten