Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ver uit het noorden van Oost-Pruisen, waar men Poolsch moet spreken, om zijn buren en onderhoorigen geen barbaar te schijnen. Mijn familie stamt uit dat Europeesch Siberië, en ons stamslot, een trotsch gebouw, even hard en vierkant als de schedel van zijn bezitters, is boven op een rots gebouwd, van waar het ver over de klippige wilde zee ziet. — Kom eens hier bij dit raam! Hier is het onvergelijkelijk schoon, ten minste voor iemand, die zijn gedachten even ver laat gaan als zijn blik."

En Hattenheim trad over de met mos bedekte steenen naar den tegenovergestelden kant der ruïne, boog de braamstruiken en de woekerende slingerplanten ter zijde en liet Josephine aan de bouwvallige borstwering treden.

„Ginds alles cultuur, hier niets dan wildernis, heide en bosch! Ziet ge in de verte die zilveren streep schitteren? Het is het Wantskameer, waar de waternimfen nog verblijf houden.-'

Josephine wilde antwoorden, doch graaf Lehrbach viel haar in de rede, hij kwam eerst nu met een hoogrood gelaat en bijna buiten adem op de ruïne en zwaaide een brief in de handen. „Drommels, Reimar, een groet uit Berchtesgaden!" riep hij opgewonden, „met een gentiaan er bij, door Sylvia zelf geplukt! De kleine Dienheim schrijft er een alleraardigst briefje bij, natuurlijk gedicteerd door Hare Hoogheid! Luister eens, die is goed: ze schrijven „uit louter verveling!' Ha, ha, ha! geloof jij, dat Sylvia en Ilse uit wanhoop al haar dansers bloemen zenden ? Ik niet! Zij willen schetsen hebben, zoo gauw mogelijk! Zou het alleen uit belangstelling voor de kunst zijn en de schoone jonge man haalde met een lachje, waaruit grenzelooze ijdelheid en ironie sprak, even de schouders op.

„Je gelooft dat de prinses zich interesseert voor jou Robinsonade, en ze wenscht bericht van je, via Dienheim?"

„Gij zegt het, mijn veldheer! De gentiaan is het middel tot het doel! Graaf Günther nam de gedroogde bloem uit de enveloppe en hield haar voorzichtig tusschen zijn beide vingertoppen Phine toe. „Attentie, freule'" lachte hij, „zulke

Sluiten