Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren en een herinnering aan den tijd, toen ik nog door de velden van mijn geboortegrond dwaalde; vaak lagen er dan korenaren op den weg, doch nooit kon ik het van mij verkrijgen datgene te vertreden, wat God tot ons heil groeien aat, en dat den honger van menigen arme stilt. Die gewoonte is mij bijgebleven, ofschoon ik haar in de residentie zelden in werkelijkheid of in het figuurlijke in toepassing kan brengen. Ik moet bekennen, dat het wel wat overdreven is en waarschijnlijk zult gij, evenals Günther, er mij hartelijk om uitlachen !"

Josephine lachte echter niet, doch zag peinzend voor zich: terwijl hij sprak was het haar geweest als zag zij weer het teere bloemblad onder Günthers voet sterven in het stof. Ze sloeg haar oogen op, zag Reimar recht in het gelaat en ze. trouwhartig: „Ik geloof, dat gij een braaf mensch zijt."

De zonnestralen beschenen door de boomen heen het blonde haar en het verlegen, blozende gelaat. Josephine ging voort: „üe zijt zeker niet in enkel geluk en zonneschijn opgegroeid • ge kent zeker het leed, dat, zooals graaf Günther zegt dé harten der menschen verteedert." En half vragend, half weifelend, de ernst van haar woorden verzachtend door haar zonmgen kinderlijken lach, daarmede zelfs bewijzend, hoe ver van haar het rechte begrip van dien ernst was, boog ze het hoofd ter zijde en zag hem uitvorschend aan.

„Het geluk is een slechte moeder, die haar lievelingen en haar stiefkinderen heeft, en hij die tot de laatsten behoort blijft geheel zijn leven treurig!" Hattenheim zei dit volkomen kalm, dan boog hij snel de bloeiende takken der heesters die den smallen weg bijna versperden, uit elkaar, en sprak opgeruimd, het gesprek een andere wending gevende: Hier zijn wij bij de vijvers, freule; maar als u met Ieege handen bij Hans en Grete komt, stelt u de arme dieren erg teleur. Hier is brood; ik neem het altijd in reserve mee. als wü iw

pen* ingaan. *

Josephine dankte hem vriendelijk lachend. „Chacun son gout, mijnheer Von Hattenheim, graaf Günther had gelijk!

Sluiten