Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze vossen maar zadelen, anders worden jelui paarden te moe... Je kunt ook hier bij mij blijven, net wat je wilt, het is mij hetzelfde." En tante Renate wierp de paarsche mutsebanden terug en liep naar het kasteel. „Ga maar zoo lang in de keuken, Reinschke!" riep ze den postbode toe; „de meiden zullen je wel een kop koffie geven; ik zal ondertusschen het antwoord schrijven!"

Josephine sprong van louter genoegen in het rond en juichte: „We gaan natuurlijk samen, door het bosch en langs het meer! Het is een prachtige weg, u kent hem in het geheel nog niet! Drinkt gauw leeg! Ik zal mee helpen zadelen. Dus de vossen, niet waar? U zult eens zien wat een „temperament" ze hebben; het zijn kranige, vurige dieren? Dus de vossen? Kom gauw mee naar den stal!" en zonder eenig antwoord af te wachten, trippelden de zware bespijkerde schoenen over het kiezel en verdween de gebloemde mousseline jurk achter de bloeiende heesters.

„Donnerwetter," lachte Günther, „dat noem ik kranig van die oude! Die weet, wat ze wil!" En zijn hand op den schouder van zijn vriend leggende, voegde hij er met een schertsend dreigend gebaar bij: „Als je nog eenmaal het hart hebt, dikke, mij zooals gisterenavond veertig mark al' te winnen, wensch ik jou „Commandant Renate" tot schoonmoeder!"

Hattenheim zag met eigenaardigen glimlach neer op het zilveren lepeltje, dat hij op zijn vingers balanceerde. „Ga je gang, ik neem de partij aan."

„Welke bedoel je? Mijn écarté of tantes pantoffel?"

„Het hasard," antwoordde Reimar, snel opziende; „daaronder zijn ze alle twee begrepen!"

Spoedig waren de paarden gezadeld en reden de drie jongelieden de poort van het kasteel uit, door het braak liggende land langs de uitgebreide watervlakten, die de kleine, zich rimpelende golfjes naar den oever dreven en de waterleliën terugspiegelden, die zich vol verlangen naar den vloed negen. Vaak moesten ze voorzichtig in bochten rijden door

Sluiten