Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de moerassige weide, waar het riet en de biezen: evenzoo ruischten en fluisterden, alsof ze den niets vermoedenden zwerver of ruiter waarschuwen wilden.

„Hier spookt het 's nachts," vertelde Josephine geheimzinnig; „de gekke Margriet zit hier in het riet en wascht haar bruidskleed. Men kan haar duidelijk hooren plassen en het linnen uitkloppen. Soms zingt ze en lacht spookachtig. Hu, het moet vreeselijk zijn."

„Wie is die zindelijke jonge dame?" vroegGtintherschertsend. „Is het der moeite waard, om kennis met haar te maken, evenals met Lorelei en Venus?"

„Wie Margriet is? Wel, de spinster, die haar bruigom ontrouw werd; de arme man zocht toen zijn dood in dit moeras: als boete zit ze nu al honderd jaar in het riet, en moet daar altijd en altijd blijven!"

„Die ontrouwe Margriet!" zuchtte Gtinther met eendiepen blik op Josephine. „Dat komt ervan, als mooie meisjes zoo lichtzinnig spelen met mannenharten! Hoe staat het er tegenwoordig mee in Stauffen? Houdt men nu de trouw beter in waarde dan voor honderd jaar?'

Het zonlicht verhelderde haar rein onschuldig gezichtje, haar geheele ziel lag in den blik, met welken ze aarzelend, maar toch zoo oprecht den jongen man aanzag.

„Ja, tegenwoordig is men trouw op Stauffen, en blijft het

ook." . .

Giinther sprong hierbij uit tden zadel, waagde zich niettegenstaande alle waarschuwingen in het riet en brak een gele lelie af. Josephine stak ze aan haar boezem. Het geel der bloem stak schel af tegen het donkere rijkleed; dat deed Hattenheims eerlijke oogen pijn en zwijgend wendde hij zijn blik ter zijde.

Verder voerde de weg door het woud, waar ernstige, eeuwenoude eiken hun droomerige schaduwen wierpen en zich met de breede bladrijke takken welfden over de lanen en paden. Door de stilte heen klonken bijlslagen.

„Hier wordt gehakt!" zei freule Von Wetter. „De hout-

Sluiten