Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenstaande den spottenden toon, met zooveel weiwillenden humor en dartele vroolijkheid, dat het luide lachen van zijn toehoorders door de zaal weerklonk en zelfs Hattenheim moeite had niet mee in te stemmen.

Meer en meer schilderde Günther het leven te Grosz-Stauffen voor zijn belangstellend publiek, bladerde verder in zijn portefeuille en liet bij zijn verhaal de illustraties volgen.

De „kwelgeesten" uit de pastorie, tante Renate, oom Bernd, het citroengele galarijtuig, ettelijke typen van het dienstpersoneel en eindelijk Ganzen-Lize zelf in de stijve katoenen japon, met den reusachtigen strooien hoed en de bespijkerde dansschoenen, dit alles werden met luid gejuich begroet, tot de groote klok waarschuwend zijn doffe melodische slagen deed hooren en het tweede middaguur aankondigde, waarop Clodwig met een eerlijk gemeend „Potzblitz!" opsprong, snel zijn sabel greep en, met gebalde vuist, Lehrbach toeriep: „Het gaat met jou vertellen als met de sprookjes van de koningin van Navarre, die met onzichtbare ketenen wisten te binden en tijd en dienst deden vergeten! — Gauw het telegram! Of weet je wat, bezorg het zelf; je moet toch aan den trein zijn, en ik sta hier op heete kolen! Au revoir, heeren! Aan tafel hoop ik te kunnen aanstooten op de vijfduizend mark. Bonne chance, Lehrbach!" en met een haastig afscheid stormde de eerste luitenant, met kletterende sporen over tapijt en drempel en verdween in de koude winterlucht.

Den volgenden dag wandelde graaf Lehrbach langs de promenade tegenover het ministerie, als altijd met het hoofd in den nek en een voldaan lachje om de lippen, dat echter onder het voorttreden verdween om plaats te maken voor een eenigszins ernstigen trek; Günther dacht aan een gesprek, dat hij zoo even met Hattenheim gevoerd had. Hij had „den dikke" geplaagd, dat hij nog nooit in zijn leven „zoo'n kouden, onverschilligen, stokvischachtigen kerel" ontmoet had en gevraagd of hij zonder hart op de wereld gekomen was.

Hattenheim had met snellen oogopslag en levendiger dan gewoonlijk geantwoord, „dat dat alles maar zoo scheen, en

Sluiten