Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij er misschien zoo onverschillig uitzag, omdat hij zijn vriend niet in de wielen wilde rijden." Lehrbach had daarop Reimars hand gegrepen en die schertsend geschud: „Als je ooit gelooft, de rechte gevonden te hebben, Reimar, dan "

„Dan zal ik tot jou komen," zoo was hem de Oostpruis in de rede gevallen, „en je verlof vragen, haar te mogen liefhebben."

Hoe kwam het toch, dat hem dit niet onverschillig gebleven was, — dat hij het niet weer kon vergeten?

Op het plaveisel van den rijweg kwam licht en vlug een kleine Engelsche gig aanrollen, waarop een jonge dame zat, die de teugels voerde; achter haar was een lakei gezeten, die de hertogelijke cocarde op den hoed droeg. Lehrbach maakte front en salueerde lachend met die bevallige nonchalance, welke alleen 1'enfant gaté geoorloofd was. Prinses Sylvia zag hem, trok met een snelle beweging de paarden terug, zoodat ze wild steigerden, hield met krachtige hand de teugels in en knikte den jongen officier vriendschappelijk toe.

„Wel, graaf Lehrbach, heb je het beest verkocht?" riep ze op den haar eigenaardigen, ietwat ruwen toon. „En je slaat er een goeden slag mee, niet waar? Wie is de kooper?"

„Een zekere Von Witzenderft, Uwe Hoogheid, een bescheiden, hoogst aangenaam jongmensch, wien gij veel minder toewensrht, dat hij zijn hals breekt, dan't ge mij doet. De prinses sloeg haar zweep zwiepend door de lucht en lachte met haar schelle stem luidkeels en ongegeneerd: „En wie zegt je, dat je hals mij interesseert? — Ik wil hem ook niet breken, maar hem buigen."

„Dieper dan voor het mooiste voetje kan men het hoofd toch niet buigen. En toch is mijn nek te stijf?"

„Je zegt weer veel meer dan je verantwoorden kunt. — Hoeveel heb je gekregen voor je Mercurius?"

Lehrbach kon zich veel meer veroorloven dan eenig ander. „Raad eens, Uwe Hoogheid!" hij legde zijn hand op het gevest van zijn sabel en sloeg met den punt tegen zijn hooge verlakte laarzen.

Sluiten