Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe roman van Ebers!" lachte Sylvia. Frans Eginhard schudde steeds peinzend het hoofd, doch jonkheer Von Reuenstein trad gedienstig nader, boog meermalen onderdanig en fluisterde: „Als Uwe Hoogheid mij permitteert, dat ik met mijne bescheiden inlichtingen ter hulpe kom . . .? Bij toeval heb ik van Zijne Excellentie den hofmaarschalk gehoord, dat een familie Wetter von Stauffenberg uit Grosz-Stauffen zich aangemeld heeft voor de aanstaande hoffeesten, en wel, zooals de brief zelf zegt, — op vriendelijke uitnoodiging van graaf Lehrbach!" Een bijna boosaardige trek gleed bij de laatste woorden om de dunne lippen van den spreker, met zekere spanning wachtte hij de uitwerking van zijn „malice'' en keek verrast en verschrikt tevens op, toen zich een algemeen luid gelach verhief, waarmee Günther hartelijk instemde.

„Dat heb je prachtig bedacht, graaf," riep Sylvia opgetogen uit, „daarvoor zul je bij de eerste sledevaart „en dépit de tout le monde" mijn cavalier zijn, en al gooi je mij ook om, mijn goede opinie omtrent je zal er niet door veranderen."

Günther kruiste zijn armen over de borst: „Ganzen-Lize wordt de geluksster van mijn leven en betaalt al mijn steken en spot met enkel rozen."

De hertog riep echter vroolijk: „Juist, dat is het! zoodoende heeft men mij den naam genoemd. Ik vind het te betreuren, dat een der oudste, aanzienlijkste families van ons land zich zoo lang teruggetrokken heeft, om daar tusschen haar paarden en kooien te ontaarden. Jij Reuenstein, jij, als wandelende kroniek, kunt mij misschien wel vertellen, wanneer die familie hier denkt te komen?"

Prinses Sylvia liet haar waaier vallen, gedienstig schoot de ordonnance toe, raapte hem op en overhandigde hem met een krommen rug, daarna keerde hij zich weer tot den hertog: „Gelukkig kan ik u daarop ook antwoorden, Uwe Hoogheid; met het oog op uw geboortefeest, wenschte baron Von Wetter met zijn echtgenoote en de freule zijn nicht in de helft

Sluiten