Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luid pratende mensclienmassa, liet duizelde liaar voor de oogen en onstuimig steeg liaar liet bloed naar wangen en slapen..

Onnoemlijk veel hoofden hadden zich plotseling naar de zaaldeur gewend, toen baron Von Wetter met zijn vrouw en nicht binnengetreden was; een enkel oogenblik ging er een dof gemompel door de zaal, men fluisterde en giegelde luider en luider, de bonte waaiers bewogen zich snel op en neer, en een enkel voor de binnentredenden onverstaanbaar woord vloog als een elektrieke vonk van mond tot mond: — „Ganzen-Lize." Josephine zag de blikken niet, die op liaar rustten, ze had de donkere wimpers naar beneden geslagen en waagde het nauwelijks adem te halen. Werktuigelijk volgde ze tante Renate, die met hoog opgeheven hoofd eenige schreden vooruittrad en onderzoekend om zich heen blikte.

Niets, niets dan vreemde, onbekende gezichten!

Daar trad de hooge gestalte van een militair uit een groep heeren, wendde zich met vriendelijke beleefdheid naar oom Bernd en stelde zich voor als „opperhofmaarschalk, graaf Von Lattorf."

De ritmeester drukte hem vriendelijk de hand en introduceerde zijn dames; als lood viel het Phine van het hart, toen hij haar zoo vriendelijk uit naam van hunne Hoogheden welkom heette.

Daarna verzocht hij tante Renate en Josephine hem te volgen; hij wilde liaar in kennis brengen met zijn vrouw. Eenige passen verder stond een kleine bleeke dame, die haar, met een innemend lachje, eenige vriendelijke woorden toesprak.

„Mijn dochter Ange," voegde ze bij haar groet, en een slanke blondine neeg diep voor tante Renate en vestigde haar zachte, donkere oogen op Josephine.

„Hebt ge al een balboekje, freule Von Wetter?" vroeg ze, en zei dan, zonder zich lang te bedenken heel veel liefs. Ze verzekerde, dat ze direct den ceremoniemeester zou waarschuwen. „Zoo even is graaf Lehrbach nog hier geweest,

Sluiten