Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze heeft volstrekt geen begrip van het gewicht van zulk een verzoek. Jonkheer Von Brocksdorff krast zijn naam er haastig in, werpt een woedenden blik op Hattenheim en gaat zwijgend verder.

„Houd je maar uit het gedrang, amice, anders raak je ook nog in den leeuwenkuil," roept hij zeer luid tot den regimentsadjudant, die juist naar Hattenheim toe wil gaan.

„Och beste meneer Von Hattenheim, doe mij het genoegen en roep toch eindelijk graaf Giinther eens," smeekt Josephine met vochtige oogen. De jonge man naait diep adem, perst de lippen op elkaar, als iemand, die hevige smart lijdt, en ziet treurig neer op het blonde kopje.

„Ik zal hem gaan zoeken, freule, maar of ik hem vinden zal? Deze schitterende zaal gelijkt een diepe zee: menige herinnering, menig geluk verzinkt er in!" en met een gebogen hoofd gaat hij van haar.

Weer staat Josephine alleen. Daar ziet ze aan den overkant bij de deur den minister, die met oom Bernd praat.

Haar hart klopt van vreugde, ze denkt niet na, moedig treedt ze door de menschen en spoedt zich naar den minister.

„Dag, Excellentie!" fluistert ze zacht.

Het goedige gelaat met de matte oogen wendt zich snel om.

„Ah, ons Haideröslein," zegt hij vriendelijk lachend, en neemt de rechterhand van het meisje tusschen zijn beide handen, „en nu niet te midden van haar heidebloemen, maar in de pronkvazen van het vorstelijk slot tusschen de trotsche planten der residentie! Hartelijk welkom bij ons en veel geluk bij je eerste début!" Zijn blik glijdt over haar gestalte en een melancholiek lachje zweeft om zijn lippen. „Waarom worden de mooie blonde krullen met zooveel geweld gevangen gehouden?" vraagt hij zacht en tracht de glad gestreken lokken over haar voorhoofd te halen. „Dans ze maar weer gauw om je wangen, anders zou ik heusch de kleine Phine uit Stauffen niet herkennen!" En dan vraagt hij haar, of ze Giinther al gesproken heeft.

Josephine schudt treurig het hoofd, en een wolk vliegt over het voorhoofd van den ouden man.

Sluiten