Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een verwonderde blik treft haar, en zonder verder iets te zeggen, treedt de vorstin voort; naar Josephine richt zich echter de groote, slanke gestalte van hertogin Maria Christina, met het eenvoudig gescheiden donker haar en een lang slepend zwartfluweelen kleed; zij buigt haar zacht, treurig gelaat naar freule Von Wetter, ziet haar met ernstige oogen aan en zegt: „Dan hoop ik, lief kind, dat ge een getrouwe bezoekster van het paviljoen zult worden en mij veel zult vertellen van het stille, eenzame Stauffen."

Het is Josephine, als moet zij de armen om den hals dier vrouw slaan en tot haar zeggen: „Ja, ik zal u lief hebben!" Ze ziet echter zwijgend op, knikt haastig en voelt, dat haar de tranen in de oogen schieten. Maria Christiana volgt hare schoonzuster en treedt zwijgend langs de rij buigende dames.

„Freule Von Wetter, kom eens mee naar de zijzaal," klinkt plotseling freule Von Dienheim's stem luid en scherp; „prinses Sylvia wenscht kennis met u te maken."

Josephine schrikt op, werpt een vluchtigen, angstigen blik op Hattenheim, die haar toeknikt, dan drukt ze de lippen op elkaar en volgt freule Von Dienheim met opgeheven hoofd.

Door tal van jongelieden omringd, staat prinses Sylvia in een der kleinere zalen, juist grist ze Lehrbach haar kostbaren waaier uit de hand en zegt op ruwen toon: „Hier daarmee, dien heb ik zelf wel noodig bij die afschuwelijke hitte!" en ze brengt de fijne ivoren staven zoo wild in beweging, dat de kanten van haar corsage opwaaien.

Met onverholen nieuwsgierigheid richt ze haar blik op freule Von Wetter, neemt haar van het hoofd tot de voeten open steekt haar dan luid lachend de hand toe.

„Het doet mij genoegen u te zien, freule Von Wetter I" zegt ze, met blijkbaren spot. „Graaf Günther, uw vereerder van dezen zomer, heeft ons veel van u verteld en wachtte uw komst met ongeduld, — niet waar?" Prinses Sylvia werpt daarbij het hoofd naar achteren en ziet Lehrbach overmoedig aan.

Sluiten