Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het van avond weer de eerste maal, dat ik aan het hof dans. Een dankbare blik treft hem uit de in tranen badende oogen. „Wat zijt ge goed!" fluistert ze. „Maar, niet waar, gij die geen korenaar in het stof vertreedt, gij zoudt ook niet een menschenhart doen ineenkrimpen van smart, dat begrijp ik

eerst nu!" .

„Freule, wat scheelt u? Mijn God, welk een verandering!

stottert h!j, terwijl het bloed hem naar de slapen vliegt. „Zijt ge ziek? Ge ziet zoo bleek!"

Met een pijnlijk lachje schudt ze het hoofd.

„Er zijn ziekten, waarvoor geen kruid gewassen is, -

maar die ziet niemand!"

„Wilt ge niet dansen?" hij vat haar hand en legt die op

zijn arm.

„Neen, met u dansen wil ik niet!' klinkt liet snel cn opgewonden. „Dat zou een slechte belooning wezen voor al de vriendschap en goedheid, die ge mij van avond bewijst. Zou ik u, den eenigen, die zich van avond over mij erbarmt, prijsgeven aan de spotternijen van die menschen? Zou ik u

er aan blootstellen uw balboekje met „de eeuwige schandvlek: Ganzen-Lize" te bezoedelen? Ik, „de ridicule danseuse," zou met u door die volle zaal gaan? Neen, mijnheer Von Hattenheim, daarvoor ben ik u veel te genegen en te dankbaar, en — daarvoor ben ik ook veel te trotsch!"

Zooals ze daar voor hem staat is zij niet meer het naieve, gelukkige kind uit Stauffen, maar een ernstige vrouw, van wier oogen de sluier gevallen is, waarachter zich de bedriegelijke wereld en het leven daarin verborg.

Hattenheim blijft onbeweegelijk staan, verontwaardiging spreekt uit zijn bleek gelaat. „Wie heeft het gewaagd u zoo te kwetsen? Wie is slecht genoeg geweest mijn vriend bij u

aan te klagen?"

„Onderzoek dat niet," valt ze hem kortaf in de rede, „en wees overtuigd, dat ik nooit afgegaan ben op laster; ik heb nooit grooter geluk gekend dan mijn vertrouwen op waarheid en oprechtheid." Haar stem klinkt nu weer vriendelijk, doch

Sluiten