Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar tanden drukten zich in de volle onderlip en toch zag ze glimlachend tot hem op en boog haar hoofd naar zijn schouder.

„Und ob ich dich liebe, was geht's dich an!" reciteerde Günther. „Zoudt ge een hart verbieden uit liefde voor u te breken?"

„Dan zou ik eerst moeten weten, waar zoo'n hart te vinden is!"

Zijn antwoord lag in zijn blik.

Geen geluk — geen zonne," ging Sylvia droomerig voort, „en het oude refrein „Zij moesten beiden sterven, ze hadden elkaar veel te lief...!" Wat is toch de tijd der sproken en minnedichten sentimenteel en vervelend!" Ze lachte plotseling luidkeels, wierp haar hoofd achterover en zag Lehrbach half spottend, half hartstochtelijk aan. „Dan loof ik onzen modernen tijd, bij welks heerlijke luchthartigheid een Offenbach zijn muziek schreef! Vroeger was het water, dat het koningskind van haar geliefde scheidde, veel te diep en liet hen niet tot elkaar komen; nu echter bouwt de gril een boot, zeilt behendig de klip om, die de „lanciers" heet, en doet het blonde koningskind en den trouwe page landen in een schemerachtigen, van bloemen geurenden tuin, onder welks palmen men ook nu nog niet ongestraft wandelt. Kom, Fortunatus, laat aan mijne zijde het sprookje leven, welks inhoud van schooner bloesem dan van vertreden blauwe bloemen spreekt." En ze sprong op, schudde lachend de kersebloesems van zich af en legde haar hand op zijn arm.

„Prinses . . . van welke bloemen moet dat sprookje der toekomst spreken ?" Lehrbach bleef bewegingloos staan, zijn stem beefde.

Sylvia's blik vloog over de bloemenpracht in den wintertuin, snel plukte zij een lauriertakje en gaf hem dit. „Van dit hier!" zei ze vluchtig, „van de plant der onsterfelijkheid, die zich vlecht om de slapen van de uitverkorenen der goden, en die alleen waardig is zich te voegen bij den gouden krans om het vorstenhoofd. „Lauweren," graaf Lehrbach, zijn een

Sluiten