Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maria Christina verzocht haar een kop bouillon te blijven drinken; het was immers tijd tot déjeuneeren.

Het was zonderling, doch Josephine had volstrekt het gevoel niet, alsof ze aan het hof was; alles bij de hertogin sprak van zooveel ongedwongenheid en eenvoud, dat het was, als ware men in het vriendelijk thuis van een lieve vriendin.

Juist toen Josephine afscheid nam, trad freule Von Sacken binnen. Zij scheen niet verrast, want zij had reeds gehoord van de vreemde gast op het Paviljoen; ze glimlachte en reikte het jonge meisje de hand. Ze was niet jong meer en met grooten eenvoud gekleed, doch ze had een allerliefste uitdrukking in haar gelaat en scheen zeer opgewekt te zijn.

De hertogin nam afscheid van Josephine met de meest vriendelijke woorden. „Als getrouwe verpleegster dient ge van tijd tot tijd naar uw patiënt te komen zien," zei ze schertsend; „ge zult steeds een welkome gast zijn. Gij vertelt mij dan, hoe ge u vermaakt in het bonte woelige leven daarbuiten, en brengt wat vroolijkheid en afleiding in mijn eenzaamheid hier. Tot weerziens dus, mijn kind; mijne groeten aan de gravin en Ange!"

Zoo was freule Von Wetter heengegaan en had na een paar dagen haar bezoek met Ange herhaald. De kleine vogel herstelde spoedig, doch de bezoeken hielden daarom niet op, en dikwijls werd er lang en vertrouwelijk gepraat in de gezellige kamers der „Katholieke."

Ook woonden de beide meisjes een voordracht van een jongen zendeling bij.

Zoo waren vier weken voorbijgegaan; het was nu het midden van December en Kerstmis stond voor de deur.

Nog altijd sneeuwde het buiten, nog altijd lag Josephine onbeweeglijk in den grooten, hoogen stoel en staarde mijmerend door de besneeuwde ruiten. Daarginds, waar de koepelkerk zich als een zwarte massa afteekende tegen den donke-

Sluiten