Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats der bijeenkomst bereikten, hadden zijn oogen Lehrbach gezocht; deze liet ook niet lang op zich wachten en kwam in de met vier vossen bespannen hofslede aan de zijde van Sylvia aanrennen. Vóór de stoet zich in orde schaarde, had de „gouden hertogsleeuw" toevallig stilgehouden naast de slede der Lattdorfs. Lehrbach had buigend gegroet en Hattenheim vriendschappelijk toegeknikt; daarna bleef zijn blik rusten op Josephine, die zich levendiger dan te voren onderhield

met baron d'Ouchy.

Reiniar sloeg hem opmerkzaam gade en glimlachte even,

terwijl hij Sylvia met „Ganzen-Lize" vergeleek.

Hare Hoogheid zag er niet op haar voordeeligst uit; de koude had hare wangen blauwrood doen worden, de lange veeren van den amazonehoed waaiden onbevallig om haar hoofd heen en om haar lippen lag een trek van ontevredenheid.

Het scheen, als had Günther de gedachten van zijn vriend geraden; ook zijn blik dwaalde van Josephine terug. Daarna wendde hij snel het hoofd af en begroette prins Detlef, die zich met twee zijner vrienden te paard aan den stoet kwam aansluiten.

Het is amusanter,'" had hij gezegd; „op die manier kan men eens een praatje maken bij de verschillende sleden; anders is men gedurende den geheelen tocht aan een en dezelfde schoone geklonken."

Gravin Aosta had met een kwaad gezicht even gekucht. Detlef klemde den monoloog in het rechteroog, reed naar alle kanten groetend door de rijen sleden en wierp de schoone Aosta tot verzoening een bouquet sneeuwklokjes in den schoot, dien ze zwijgend opnam en tusschen de tressen van haar

Hongaarsch jacquet stak.

De prins zag haar een oogenblik vol verwachting aan, dan boog hij zich naar haar toe en zong met zachte stem en overmoedigen blik:

„Mein Susanneken — keine Antwort?

Ei, lasz dein Gesicht doch sehn!"

Sluiten