Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijde van freule Von Wetter zeer geanimeerd, die veel vertelde van de stoeterij van Oom Bernd.

„Rijdt ge paard?—Ja ?... Dat moet ik eens zien! Ge kunt een van mijn beesten krijgen en eens een lesje geven' Het zou uitmuntend zijn, als we een gecostumeerde quadrille met acht paren bij elkaar konden krijgen!"

Josephines gezichtje straalde van genot. „Ik rijd liever in het open veld," lachte ze; „ik heb ruimte noodig om goed te rijden."

„Ik waag mij aan een rit met u. Ilse en ik zijn van plan spoedig weer op een van onze ontdekkingstochten uit te gaan, zooals wij het noemen. Wilt ge dan met ons mee gaan ?"

„Heel graag!" knikte Ganzen-Lize verheugd.

„Nu, ge zult nog verwonderd staan te kijken; want reken er op, het gaat door dik en dun!" — Sylvia legde haar hand zwaar op den schouder der jonge dame. „Als ge die vuurproef doorstaat, zal ik voor u een getuigschift als sportman laten opstellen, want behalve Ilse heb ik nog niemand gevonden, die het tegen mij uithoudt."

Een onbeschrijfelijk spottende trek lag op het hoogroode gelaat der spreekster, ze monsterde Josephine van het hoofd tot de voeten, knikte haar vluchtig toe en verwijderde zich. Detleff stond in de nabijheid en vroeg freule Von Wetter ten tweede male om een dans.

Dit was het teeken voor den ordonnance-officier, die nu, zonder eenig gevaar te loopen, voor zijn goede meening omtrent Ganzen-Lize en hare mooie oogen kon uitkomen.

Direct na den prins stormde hij op haar toe en verzocht haar een extra toer, — hij, de ordonnance-officier, jonker Von Reuenstein! Natuurlijk volgden de anderen zijn voorbeeld! Zelfs Von Brocksdorff begaf zich vrijwillig in den leeuwenkuil, zonder te denken aan de smet, die hij daardoor eens op zijn balboekje gemaakt had; want de onfeilbare hand van den prins had aan koningin „mode'' een banier geschonken en op die banier prijkte de naam „Ganzen-Lize."

Sluiten