Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIENDE HOOFDSTUK.

Met het groote nieuwjaarsbal had het seizoen de nj z.jner schitterende feesten geopend. Prins Carneval begon zijn troon uit goud, bloemen, paarlen en wiegende walstenen te bouwen liet met vroolijke dartelheid zijn banier wapperen waarop h. met schuimend druivensap zijn devies, he juichendeHaf narro"' geschreven had. Wie vraagt naar de toekomst, als het stralend heden ons toeroept: „Leeft en geniet! als jong en oud dë narrenkap over de ooren trekt en zing!t en juicht en zich overgeeft aan de godin vroolijkheid, die zich het bonte gewaad om de leden slaat en naar masker en waaierr pijpt Onstuimig vliegt ze voort in wilden dans over rozen en doornen dagen en nachten lang, totdat zij op het eind hal bedwélmd de gouden schoenen van de voeten werpt en het hoofd bestrooit met asch. Dan legt prins Carneval deemoedig zijn rinkelende kroon neer, en de macl;t,^/e7on^eekt de tijd, teekent hem een kruis op het voorhoofd e" °"^teekt vuren op de altaren, welker vlammen masker en zotskap verslinden. Niets blijft over van al die vluchtige heer■ ijkheicJ, ternauwernood de herinnering; het regent asch die alles dekt, totdat de maanden haar keten gesmeed hebben en opnieuw

de juichtonen lokkend en verleidelijk weerJ 'nken_

Het was josephine als leefde ze in een droom. Elke avond bracht haar midden in het gewoel van alle v^gdengeno verwonderlijk snel had zij zich gewend aan het ,evtnJ" J haar vroeger zoo vreemde wereld; zij zelve begreep niet. dat zij zich jaren lang in een geheel andere omgeving

wogen had.

Sluiten