Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besloot hij zijn rede met een duchtigen slag van zijn karwats op de zorgvuldig onderhouden notenhouten tafel der houtvesterin.

„O, blinde, dwaze mannen, opent de oogen en ziet hoe ge door de vrouwen arglistig bedrogen wordt!" zuchtte Günther, hief zijn smalle hand in de hoogte en maakte daarmee een ontkennende beweging. „Neen, neen, Hoogheid, van het déjeuner komt ditmaal niets; we zullen voorloopig met het brouwsel der houtvesterin op de beterschap der dames drinken."

„Goed! als eerlijk en rechtschapen mensch geef ik me verloren," lachte Sylvia, „en ik zal betalen, al is het dan ook niet met geborduurde vuurschermen of een oesterdéjeuner. Raadt eens, Fortunatus, waarop ik je denk te onthalen !"

Günther hief het hoofd meer beleefd dan belangstellend op ; hij beschouwde juist Ganzen-Lize's hand, die blank en gesoigneerd, door niets meer herinnerend aan de kleine vuist van vroeger, op de breede leuning van den stoel rustte. Hij was verstrooid en trachtte dit door een interessant, nadenkend gelaat te verbergen.

„Ik durf niet mijn onbescheiden wenschen uitspreken," glimlachte hij, „maar ik vertrouw blindelings op uw uitmuntenden smaak en juich reeds bij voorbaat elk uwer origineele invallen toe!"

„Dat's mooi gezegd," merkte Ilse aan. Sylvia leunde met haar hoofd op haar hand en keek den jongen graaf strak in de oogen.

rIk zal je op een goeden dag wat voorzingen," zei ze kortaf.

,Nu, zusje, dat's een practisch idee van je: in het ergste geval vermoei je je keel wat, inaar je beurs blijft dicht, lachte Detleff. „Ik maak je mijn compliment! Maar we mogen toch wel voorwaarden stellen en ten minste zelf het programma uitzoeken; overigens zijn we volkomen overtuigd van de groote onderscheiding, die je ons schenken wilt!"

Sylvia gaf hem met haar handschoen een tikje op den

Sluiten