Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maal en konien morgen bij je. Het was van avond te laat geworden en moeder zag wat op tegen de koude!"

Josephine sloeg van verwondering de handen ineen en liet zich de reden vertellen van dat ongeloofelijk nieuws, welke eenvoudig de uitnoodiging was van een ouderen broeder der domineesche, die voor korten tijd in de residentie beroepen was en morgen zijn geboortefeest zou vieren. Op de verzekering van tante Renate, dat het van het station maar „een kippentredje" naar de stad was, hadden de Fichtners niettegenstaande het slechte jaargetij besloten, gezamenlijk Friedel te begeleiden en drie dagen in de residentie te blijven. De vreugd van de kleintjes was niet te beschrijven en het zou moeite kosten ze binnen de perken te houden. Gelukkig had tante Renate de twee kleinsten bij zich op Stauffen gehouden; anders was de reis onmogelijk geweest.

En morgen zouden ze komen; ze spraken van niets anders dan van Josephine en van de verrassing, die zij haar bereid hadden. En werkelijk verheugde freule Von Wetter zich als een kind op hun komst.

Eindelijk, toen de knecht kwam melden, dat de thee gereed was, stond Friedel op. Het heengaan was steeds zijn zwakke zijde, hij kwam zoo veel makkelijker de deur in dan uit en bleef altijd kleven als pik.

Josephine stond verschrikt op. „Mijn hemel, wij hebben ons nog niet verkleed!" riep ze met een snellen blik op de pendule. „Friedel heeft ons zoo interessant onderhouden.dat we eten en drinken vergeten hebben."

De studeerende dichter boog diep, Ange reikte hem de hand en zei vriendelijk: ,.Ge moet Josephine maar dikwijls bij ons komen opzoeken en dan ook eens komen op den avond, dat mama ontvangt, dan zal ik u aan mijn ouders voorstellen. Tot weerziens dus, niet waar?"

Mijnhier Friedrich Fichtner werd zoo rood als een kreeft, doch verloor ditmaal zijn contenance niet, maakte een zalvende beweging met zijn hand en sprak: „Ik zal zien, of ik het doen kan!"

Sluiten