Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geduld; haastig schudde hij de kwelgeesten van zich af, keek echter tegelijkertijd verlegen naar boven, waar gravin Ange en Josephine verschenen waren en luidkeels lachten.

„Phine! — Hoera, daar is Phine!" klonk het in koor. Wild en joelend klouterden zij de trap op, hingen zich aan Phines hals en armen en waren niet moede haar de bewijzen te geven van hun genegenheid. Zelfs Ange kreeg haar deel van de lief koozingen.

Gretchen wischte zich het zweet van het voorhoofd en herademde bij het zien van haar vriendin, als was ze nu bevrijd van een centenaarslast. Eindelijk waren ze binnen, — en men bemerkte het geducht; er was zooveel te bewonderen, te bezien, te vertellen en te lachen, dat de jonge meisjes het hoofd omliep. Hendrik stond zeer slecht geluimd in de vestibule en borstelde zich af. „Ondeugende rekels!" bromde hij. „Als een aap zag ik er uit, zei dat kleine monster!" en verontwaardigd bezag hij zichzelf in den spiegel.

Ondertusschen hadden de kleinen Gretchen een groote doos uit de handen genomen. „Kijk eens, Phine, — een tulband!" riep Renaatje, brandend van verlangen of hij dadelijk „verorberd" zou zijn? Proef eens!" en onderzoekend streken de vingertjes over de suiker. — Hoe lief van Phine: ze deelde den tulband heusch zoo maar dadelijk uit!

Liesje schenen reeds duchtig van ooms verjaardag geproefd te hebben. „Neen, ik wil geen tulband meer; maar ik peuter er de rozijnen uit," besloot zij en Gottheld dacht zelfs aan „meneer Lehrbach-' en „den dikke met zijn roode gezicht'; die moesten toch ook wat hebben! — Om één uur moesten ze weer naar huis, doch Ange noodigde allen s avonds bij zich, opdat ook Hattenheim het genot zou smaken hen weer te zien. Ze schreef hem een briefje en maande hem toch vooral te komen, want „ze had zich uitmuntend geamuseerd met haar kleine gasten.'

Hattenheim kwam zeer vroeg, — doch niet alleen. Graaf Lehrbach, die toevallig bij hem geweest was, toen de uitnoodiging kwam, vergezelde hem, „natuurlijk met het risico

Sluiten