Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om als een ongenoode gast onder de tafel te komen!'

Villa Carolina was als geheel veranderd; tot op straat hoorde men het gejoel en getier der kleine gasten. Günther was de beminnelijkheid zelve, hij scheen verrukt over het bezoek der „landplagen"' en deed alles om zijn vriendschap voor de Stauffensche gasten te toonen.

Daar de sneeuw nog hoog lag, noodigde hij alle aanwezigen uit om den volgenden dag een sledevaart door de stad te maken, ten einde de, kinderen de merkwaardigheden te laten zien. 's Avonds zou hij een loge nemen in den schouwburg.

Hij scheen er niet aan te denken, dat de wereld hare schouders over hem zou ophalen en dat het wel wat gewaagd was zich in het publiek met die wildzangen te vertoonen; hij was gewoon, dat men zijn grillen steeds comme-il-faut vond en ze toejuichte. En al ware dit zoo niet geweest, ditmaal zou hij toch zijn wil doorgedreven hebben. Wonderlijk! Het oordeel der inenschen was Günther eensklaps onverschillig geworden ; het was alsof hij een gelegenheid gezocht had zijn onrecht aan Grosz-Stauffen weder goed te maken en om Ganzen-Lize zijn schuld op de", meest in het oog vallende wijze te betalen.

Josephine was getroffen over zijn gedrag. Zij bedankte hem voor zijn goedheid uit naam van haar beschermelingen. „Hij gaf zich zooveel moeite voor de kleinen," had zij gezegd, daarop had hij haar lang in de oogen gezien en gezegd:,Als gij tevreden zijt is het goed!"

Ofschoon Hattenheim zich druk bezighield met de kinderen, had hij het gehoord en glimlachte voor zich heen.

Daarop trad Hendrik binnen en bracht een groote roomtaart, die met stormachtige vreugde begroet werd, hetgeen de verontwaardigde bediende minachtend deed lachen.

Nu wist hij toch, dat die blonde levenmakers absoluut van geen „familie" waren, want dan waren ze aan dergelijke tractaties wel gewend. Hij nam dus de kinderen, die hem met een aap vergeleken hadden, met een verachtelijken blik op; — met een aap! —dat vergat hij van zijn leven niet.

Weinig het slechte oordeel vermoedend, dat Hendrik over

Sluiten