Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de woorden van den spreker de noodige kracht werd bijgezet. Eenigszins ter zijde coquetteerde een jonge kapiteinsvrouw, van wie graaf Lehrbach beweerde, dat men zes kop thee op haar onderlip kon presenteeren, met den superieur van haar man, een zeer ijdelen majoor, wiens grootste gebrek was, dat hij elke vleierij uit den mond van de eene of andere schoone op de meest welwillende manier omzette in een waardeerende gedraglijst van den respectieven echtgenoot. Aan den anderen kant vertelden twee oude generaaisweduwen elkaar het laatste nieuwtje. „Schande, schande," glinsterden de kleine oogjes in de gerimpelde gezichten, en niemand zag het de handen, die zoo onschuldig den waaier heen en weer bewogen, aan, dat zij meedoogenloos den staf braken over een hunner naasten.

Prins Detleff stond reeds langen tijd te praten met een jonge dame. „Ge neemt alles weder met zulk eenen doordringenden blik op, dat het er veel van heeft, als waart ge weer op maraude voor een nieuwen roman. Raad ik goed ? De blondine knikte lachend: „Er vallen vele offers, Uwe

Hoogheid!"

„Is het waarlijk?" Kom ik er ook in?'

„Dat zou ik niet durven wagen!"

„En waarom niet? Waag het maar gerust, schilder mij net zooals ik ben; ik verzeker u, dat gij met zoo n aardigen kerel, als ik ben, furore zult maken!"

„Tu 1'as voulu, George Dandin!"

Op twee stoelen, welke tegenover de plassende fontein, tegen bloeiende oranje- en amandelboomen teruggeschoven waren, zaten Josephine en Hattenheim verdiept in een ernstig gesprek; het jonge meisje hield het hoofd naar beneden gebogen, bewoog werktuigelijk den waaier tusschen haar vingers en haalde moeielijk adem; de officier naast haar, met de goedige, vriendelijke oogen en het roode eerlijke gelaat, sprak snel en ep gedempten toon.

„Gij weet, dat Lehrbach mij zijn vriend noemt, en dat ik hem met recht op dien naam, tegelijkertijd de heilige belofte

Sluiten