Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk bracht zij Ganzen-Lize naar een half ronde bank, waar verscheidene jonge dames en officieren plaats genomen hadden en onder het gebruik van ananas-ijs een levendig

gesprek voerden.

Ilse liet zich neervallen naast Clodwig, hield haar armen op haar rug en leunde met het hoofd achterover op de bank. „Zoo, kinderen, alweer aan het ijs? Ik begrijp niet, wat jelui aan dat koude, zoete goed vindt. — He, James, breng mij eens wat hartigs!" De lakei wilde heengaan om het bevel ten uitvoer te brengen; Clodwig en zijn vrienden verdedigden ten hoogste vermaakt hun ananas-ijs.

Josephine had een plaats gevonden op den hoek van de bank, hetgeen haar gelukkigerwijze eenigszins buiten het algemeene discours sloot; daarbij werden de menschen om haar heen zoozeer in aanspraak genomen door hun eigen genoegen, dat ze geen tijd of belangstelling voor anderen hadden.

Het orkest speelde een phantasie uit verschillende opera s; soms weerklonken de tonen zoo luide, dat zij het gelach der om haar heen zittenden overstemden.

„Waar denkt ge aan?" klonk het plotseling zacht vragend

aan haar oor.

Verschrikt zag Josephine op: achter haar, geleund op de bank en omgeven door de van bloesems zware takken, stond d'Ouchy. Hij boog zich voorover en lachte om haar schrik. „Gij geloofdet zeker op dit ongenaakbare plaatsje verborgen te zijn voor elks blikken en waart van plan alleen aan uw eigen gedachten audiëntie te geven ? Hoe slecht kent ge nog de diplomaten, wier plicht het is, het onmogelijke mogelijk te maken!"

„Zoolang de hinderpalen slechts uit bloemen bestaan, is die verdienste zoo heel groot niet!"

„Hoe wreed kunt ge toch iemands illusies verstoren! Onze tijd is helaas te beschaafd om ons op den weg tot het geluk met draken en reuzen te doen strijden. De moderne ridders voeren geheel andere wapenen dan de voorvaderen uit Andromeda's tijd." 1C

Ganzen-Lise.

Sluiten