Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wind streek langs de vensters en huilde door den schoorsteen; op straat was het stil geworden, slechts een enkele, haastige tred weerklonk op het trottoir. Daar werd de huisdeur opengestooten en met een smak in het slot geworpen, en in hetzelfde oogenblik weerklonken schreden op den corridor tot vóór Reimars deur.

Verwonderd richtte Hattenheim het hoofd op.

„Ah, jij daar, Günther?"

Hij schoof zijn stoel terug, ging zijn vriend te gemoet en reikte hein de hand

Zwijgend en bleek stond de jonge officier tegenover hem, somber en strak bleven zijn oogen op hem gevestigd

„Goeden avond,'' sprak hij koel. „Ik kom wat laat; toch hoop ik, dat je een oogenblik tijd voor mij hebt."

Hij wierp zijn jas van zijn schouder, trad voorbij Hattenheim en liet zich in een stoel vallen; weder richtte hij een doordringenden blik op zijn kameraad.

„Je weet, dat ik altijd tijd voor je heb, en je steeds bij mij ontvang, op welk uur je ook komt," antwoordde Reimar rustig en vriendelijk. „Waarmee kan ik je nu van dienst zijn ? Wat voert je tot mij?''

Günther lachte wonderlijk. „Ik kom je feliciteeren, oude jongen, je gelukwenschen, geluksvogel!... Hahaha... wij hebben onze rollen geruild!"

Opgewonden sloeg hij met de hand op tafel.

„Feliciteeren ?... Zoo!..." Reimar zette zich weer kalm in zijn stoel, sloeg htt boek dicht en zag zijn vriend strak in het gelaat. De lippen van den jongen graaf trilden zenuwachtig.

„Je neemt dus mijn gelukwensch aan?"

„Zeker, maar eerst dan, als ik je er officieel het recht toe geef; — voorloopig is mij geen geluk bekend, waarvan ik je een mededeeling heb gedaan!"

Reimars stem klonk zeer rustig; hij leunde achterover in zijn stoel en sloeg de armen over elkaai.

„Dat klopt!" lachte Günther bitter. „Je verstaat meesterlijk de kunst je geheim te bewaren, en je schaamt je niet het ook

Sluiten